Een jong meisje dwaalt door het groen rond een volkstuincomplex. Ze vangt insecten voor een oudere man, die ze verzamelt en natekent. Dan laat het meisje haar emmer met gevonden dieren staan om een passerende tiener te verleiden tot een aantal spelletjes.
(Los – Let Go, 2010, 20 min.)

 

In Los beoog ik mijn ‘microscopische sensatie’ over te brengen, de schoonheid en rijkdom van het leven buiten ons gewone gezichtsveld, dat te zien is door microscoop of macrolens.

Dat doe ik aan de hand van een vertelling over een meisje dat op een volkstuincomplex aan de rand van de stad insecten zoekt voor een oude man die ze verzamelt en natekent. Tijdens een van haar zoektochten ontmoet ze een tienermeisje, dat ze verleidt tot een aantal spelletjes. Als de tiener vertrekt, ziet ze nog net haar emmer met potjes met gevonden insecten wegdrijven. Terwijl de tiener alweer in de stad in gedachten nog bij de ontmoeting is en bij toeval de oude man passeert, blijft het meisje in de struiken achter zonder haar emmer.

Het idee voor Los ontstond na een wandeling over het eiland van Brienenoord, een natuurlijke rafelrand van Rotterdam.

Bronnen

Een jaar of tien geleden viel mijn oog tijdens een bezoek aan de centrale bibliotheek in Rotterdam tussen de glanzende flyers op een stapeltje fletsgroene folders met de titel Cursus natuurplezier met paddestoelen vinden, prepareren en determineren.

paddestoel1 paddestoel2 paddetsoel3

Het was alsof ik een kostbare archeologische vondst had gedaan midden in een stad die ik nog niet eerder met natuur associeerde. Ik kon niet anders dan me aanmelden.

Eén van de ontdekkingen die ik vervolgens deed was het kijken door de microscoop. Natuurlijk bekeken we paddestoelen, maar pas toen ik daar een levensgroot monster uit tevoorschijn zag komen – het bleek een vliegenlarve – werd ik een piepklein stukje van een heel universum gewaar.
Net als bij de ‘historische sensatie’, een frase die staat voor het plotselinge besef dat iemand kan overvallen even contact te hebben met het verleden, een besef van de tijd, had ik iets wat te omschrijven valt als een ‘microscopische sensatie’, een besef van schaal.

Na het gewaar worden volgde het waarnemen. Ik ging steeds meer zien: vliegen, spinnen, kevers. Wat een vormen, kleuren en variatie, en wat lomp dat we vliegen, spinnen en kevers vaak met een achteloos gebaar doodslaan.

Onze neocortex is volgens de evolutietheorie gegroeid doordat onze voorouders in groepen gingen leven. Er ontwikkelden zich hersenfuncties als redeneren, abstract denken en taal, waardoor we onder meer verhalen kunnen vertellen en ons kunnen inleven in anderen en wat anderen denken dat anderen voelen dat weer anderen bedoelen (tot in de zesde graad, schijnt). Handig om informatie door te geven, voedsel te kunnen ruilen, je positie in de groep te kunnen beinvloeden, en om aantrekkelijk te zijn voor leden van het andere geslacht, zodat je genen kunnen worden doorgegeven.

Vanuit dit perspectief lijken vliegen, spinnen of kevers volstrekt onbelangrijk.
Maar juist het besef van de gelijktijdigheid van alle grote of kleine gebeurtenissen, zonder kwalificatie van de mate van belangrijkheid, spreekt tot mijn verbeelding.