individu-in-progress

‘Individu-in-progerss’ is een onderzoeks- en ontwikkelingsplan voor een korte film over beweging en individualiteit, dat ik in samenwerking met danser Ans Kanen ontwikkelde.

De centrale vraag daarvan luidde:

Hoe kunnen we met/door film een choreografie maken van dagelijkse bewegingen, zodat er een visuele muzikaliteit ontstaat, die het spanningsveld tussen individu en omgeving uitdrukt?

Het onderzoek hebben we uitgesplitst in bewegings- en beeldonderzoek en overige research. Van een deel van het onderzoek hebben we verslag gedaan op een weblog. Enkele onderdelen ervan zijn hieronder weergeven voor een overzicht van enkele constateringen die we deden.

Op Fotofestival Schiedam (van 16-25 oktober 2015) dat het thema ‘Bewogen beeld’ had, is een beeldverslag in de vorm van een video-installatie met drie schermen getoond en heb ik deelgenomen aan een tafelgesprek over het maakproces. Het leek hen interessant om ruimte en aandacht te geven aan de zoektocht die een nieuw project met zich meebrengt (in tegenstelling tot de meeste werken die je als publiek te zien krijgt die altijd ‘af’ zijn). En dat het voor het publiek inspirerend en inzichtelijk kan zijn, om met een lezing in te gaan op de vraagstukken waar kunstenaars mee spelen bij het starten, doorzetten of laten liggen van een nieuw project.

9xRT
Tijdens een workshop zijn de deelnemers uitgenodigd om in de ruimte te komen staan. Dat doet iedereen dan toch net weer anders. Houding en plek in de ruimte zeggen al iets over individuele verschillen.

Als de bewegingen voortkomen uit de eigen bronnen van de beweger zijn ze veelvormiger, dan als ze zijn bedacht en vervolgens worden uitgevoerd.

Onderzoek in de montage: Welke sporen laten de bewegingen van de groep na bij een opdracht met slechts de regels die voor zwermen spreeuwen zouden gelden: dicht bij elkaar blijven, dezelfde kant op bewegen, en botsingen voorkomen.

Improvisatie met een handeling: van handen wassen naar een andere beweging. Een vorm van ‘instant choreography’, die het interessantst blijkt als de beweging min of meer uit zichzelf lijkt voort te komen. Het denken vormt hierbij een geducht obstakel.

Bellende man doorbreekt het patroon van mensen die het station in de ochtend doelgericht verlaten en laat in de montage een spoor na.

hofplein.00_26_22_12.Still004Fietsers vormen door stoplichten en andere obstakels willekeurig samengestelde groepjes.

station.01_14_48_18.Still009

Je zult niet snel iemand spontaan zien dansen, tenzij die persoon een kind is, zich onbespied waant of zich in een dansgelegenheid bevindt. Dans is geënsceneerd, zodra moment en context worden bepaald.

De mate waarin de dansbewegingen iets over iemands individualiteit zeggen varieert, en hangt samen met de geformuleerde opdracht. In je eentje staan in de ruimte lijkt -hoe minimaal ook- meer te zeggen over de persoon in kwestie, dan een groepsgewijze bewegingscompositie op muziek, hoewel dan ook de verschillen in uitvoering gaan opvallen. Vanuit de dans kun je dus op zoek gaan naar vormen die de meeste ruimte laten voor individuele expressie, maar dans blijft vanuit filmisch oogpunt de associatie met fictie oproepen.

Net als bij acteurs in conventionele fictiefilms, gaan veel dansvormen in beginsel uit van de danser als uitvoerder van de ideeën van de maker. En hoewel het natuurlijk altijd om een persoonlijke invulling van een rol of karakter zal gaan, staat doorgaans niet de uitdrukking van het persoonlijke van de danser centraal.

Documentair beeldonderzoek daarentegen is als het ware ‘vissen’ in de realiteit. Door te kijken en te filmen worden patronen zichtbaar: doelgericht bewegen en de enkeling die daarvan afwijkt, oponthoud en de vorming van willekeurig samengestelde tijdelijke groepjes fietsers en voetgangers, maar ook de bewegingen in het bovenlijf van opstappende fietsers bij een stoplicht, of de al dan niet resolute plaatsing van de fiets op de roltrap.

De onderzoeksvraag Hoe kunnen we met/door film een choreografie maken van dagelijkse bewegingen, zodat er een visuele muzikaliteit ontstaat, die het spanningsveld tussen individu en omgeving uitdrukt? impliceert dat we choreograferen met filmische middelen. Hoe daarin ook ‘live’ choreografie verwerkt zou kunnen worden is een vraag voor vervolgonderzoek.