De zachte kant van kennis

Op mijn vloer torent een stapel oude VHS-banden. Het is een deel van de inhoud van een van de drie kasten die ik leeghaal om ruimte te maken. Ik woon al vijf jaar samen, maar het samenvoegen van onze huishoudens ging provisorisch, tot we recent besloten het grondiger aan te pakken. De met balpen beschreven labels van de banden zijn vervaagd, het kost moeite ze te lezen en ik voel weerstand. Veel nieuws kan het niet brengen. Zomaar weggooien doe ik ook niet, dus vooralsnog blijven ze liggen, naast enkele stapels met ander ongedefinieerd spul.
Enkele weken later, ons project heeft vertraging opgelopen, vat ik moed. Na het lezen van een paar labels word ik steeds vrolijker. Ze brengen herinneringen boven waarvan ik niet meer wist dat ik ze had. Ik heb in de loop der tijd heel veel video-opnames in opdracht gemaakt, kennelijk zelfs nog op VHS. Ze zijn als ‘opdrachtwerk’ ergens een zij-laatje van mijn geheugen in gegaan. Maar voor het eerst realiseer ik me pas goed dat ik overal bij was, dat het vastgelegde ervaringen zijn. En als ik de stapel door ben, voel ik me een rijker mens. Mijn dagelijkse mentale ruimte, waarin mijn verleden doorgaans nauwelijks een rol speelt, steekt er ineens wat smal bij af.

Als er iets is waarvan ik misschien denk iets te weten, dan is het niet-weten. Als filmer en beeldend kunstenaar is het niet-weten tijdens het maken aanwezig bij elke stap in het ongewisse. Ik deed daarom in het kader van mijn master kunsteducatie vorig jaar onderzoek naar het onbewuste bij de beoefening van kunst en wetenschap, een onderwerp dat langs hetzelfde thema schuurt. Ik wilde zoal weten wát tot welk soort kennis leidt, hoe artistiek en wetenschappelijk onderzoek zich tot elkaar verhouden. Maar een tweedeling in bewust of onbewust, en in weten of niet-weten, levert bij nader inzien eigenlijk niet zo veel op. Ze betreft eerder een momentopname van iets wat continu in beweging is. Interessanter lijkt het daarom om te kijken naar het veld waarin die beweging plaatsvindt.

De geschiedenis van ons begrip van natuurlijke fenomenen aan de hand van inzichten van mensen als Democritus van Abdera en Albert Einstein laat zien dat het het voorstellingsvermogen is dat ruimte biedt aan veronderstellingen die tot kennis kunnen leiden.

Als de harde kant van kennis de oneindige verzameling is van alles wat we kunnen weten, en waarnaar we reikhalzen vanuit een bewustzijn dat wat we weten altijd beperkt is, zijn wíj de zachte kant. Kennis bestaat niet zonder ‘ons’. Nu wil ik met gebruik van het woord ‘ons’ de kwaliteit van mijn inzichten op natuurkundig vlak zeker niet meten met die van Newton of Einstein. Maar ook verschillen in intellect en ervaring doen niet af aan het feit dat kennis alleen bestaat als het gekend wordt. Door iemand. Op enig moment. Ook als het gaat om objectiveerbare wetenschappelijke kennis. Als niemand de theorieën van Einstein begrijpt terwijl hij er zelf niet meer is, is het geen kennis. Dat wordt het pas weer als er iemand is die ze begrijpt.

Tegenwoordig gaan veel onderzoekers ervan uit dat onze cognitie embodied, embedded, enactive, affective en soms extended is. De interactie van ons lichaam met de omgeving bepaalt wat we weten. Een en ander betekent ook dat we nieuwe kennis in vele richtingen kunnen vinden.

De oude VHS-banden heb ik uiteindelijk bewaard, om op enig moment in de toekomst mijn dag nog eens te verrijken. Ik weet natuurlijk niet of het dan weer zo zal werken, maar ik ben mij ineens veel bewuster van mijn omgeving, de objecten, de interactie die ik ermee heb en wat dat teweeg kan brengen. Kennelijk zijn het kleine dingen, en onze dagelijkse omgang daarmee, die bepalen wat we weten. Als we willen weten wat we nog niet weten kunnen we beginnen ons daarvoor open te stellen.

2 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.